Verslag KNSB wedstrijd ESC 1 – HMC Den Bosch 2, gespeeld 8 maart 2025
Bord 6: Edwin Groen (1825) – Eddy Faber (2000)
Stelling na 11 … h6. Wit staat lekker en heeft meer ruimte. Waardering +1.

Nu keek ik naar 12. f4 maar dacht dat de penning van e3 link kon worden na Pg4. Ik speelde daarom Pe4. Dat blijkt onterecht. En ook een kleine kwaliteit geven na 12. f4 exf4 13. Pxf4 Pg4 14. h3 Lxe3 15. dxe3 Pxe3 16. Df2 Pxf1 17. Txf1 is helemaal geen probleem. Sterker nog: stelling is dan +3.
Enkele zetten later staat het als volgt en kan nog steeds f4. En ik dacht nog steeds dat het niet kon. Wat een domme vergissing gebaseerd op eerdere onterechte vrees voor offers op e3. Er kan als beste lijn voor zwart volgen: 16. f4 exf4 17. Txf4 a4 18. b4 Pe6 19. Tf3 en dan is het zelfs al +3.3.

Na 16. Pg3 Pe7 (waardering +0.3) 17. b4 (en weer was f4 beter…) volgt er ruil van de a-b pion en beide torens en een paard worden geruild, waarna zwart probeert de ontstane isolani op d5 te winnen. Dat lukt niet, beide spelers doen mindere zetten (zelfs een pion wegblunderen door wit wordt niet gezien) waardoor het gelijk blijft en wit dames kan ruilen.
De onderstaande stelling na zet 43 is 0.000000 maar omdat Edwin vergeet dat de tijdscontrole is geweest laat hij de vlag niet vallen en speelt op increment van 30 seconden door.

44. Le1 blijft potremise in verband met 44 … La5 45. Pb1! maar ik grijp met nog 2 seconden mis met Pa4. Waarna een lopereindspel ontstaat waarin beide spelers – beiden dom doorspelend op increment! – fouten maken en de stelling na zet 58. Kh7 is zelfs nog naar 0.0 en dus remise. En dan maakt Edwin een enorme blunder met Kf5 ipv Kf3 en verliest omdat de b-pion niet te stoppen is.

Kortom: heel onnodige nederlaag. Psychologisch effecten spelen een rol bij het missen van groot voordeel in de opening en bij het verliezen van het eindspel. Heel slecht van geslapen want het voelt als het team en jezelf in de steek hebben gelaten.
Verslag KNSB wedstrijd ASV 4 – ESC 1, gespeeld 14 december 2024
Bord 4 Martin Weijsenfeld (ELO 1972) – Willem Slagter (ELO 1913) 0,5 – 0,5
Op bord 4 met zwart tegen Martin Weijsenfeld (1972). Na drie rondes stond Martin nog op een 100% score. Na een Spaanse opening heeft wit het initiatief en zwart moet zich beperken tot nauwkeurig tegenspel. Dat lukt zeker de eerste 20 zetten; wit heeft slechts een licht voordeeltje.
Stelling na 20. Df5:

Langzaam maar zeker wordt de druk op de zwarte koning opgevoerd. Na 33. … Pf6 ontstaat de volgende stelling:

Hier dacht ik eigenlijk de grootste problemen te hebben opgelost. Beide spelers hadden nog enkele minuten op de klok. Er volgde 34. Dg6 Dxa3 35. Pf7+ Txf7 36. Dxf7 waarna de remise onvermijdelijk is na Dc1+ , Df4+ etc.
Wat blijkt echter in de computeranalyse achteraf? De zet 33. … Pf6 is een blunder. Wit heeft in de laatste diagramstelling mat in 8! U mag zelf de variant zoeken.
====
Bord 8 Philippe Friesen (1903) – Edwin Groen (1816) 0 – 1
Er komt een Steiner-variant van het Frans op het bord met 1. e4 e6 waarna 2. c4 d5 volgt. De theorie geeft dit als beste zet voor zwart. Na 3. cxd5 exd5 is met 4. Db3 duidelijk dat wit speelt voor de ruimte die hij zo kan krijgen. Ik denk er 10 minuten over na en ga de uitdaging aan: 4. … dxe4 5. Lc4 Dd7 (de computer vindt De7 nog gunstiger). Het lijkt leuk voor wit maar de computer zegt al: -0,5. 6. Pc3 Pf6 en wit gaat er vol voor met 7. d4?!
En passant slaan vond ik te link i.v.m. de waarschijnlijke lange rokade en druk die dan via de d-lijn volgt en de ontwikkeling van zwart blijft dan achter. De computer zegt dat het kan maar het is dan nog maar -0.3.
Ik denk dus: actief worden met die spullen en met 7. … Pc6 kan ik meteen druk op d4 opvoeren en eventueel met Pa5 de witveldige loper verwijderen of de min of meer gedwongen (en beste zettenreeks) 8. Lb5 a6 9. Lxc6 Dxc6 op het bord krijgen.

Hier is 10. d5 de beste zet (-0,85) maar er volgt 10. Pge2 Le6 11. Dc2 (hoewel deze zet logisch lijkt voor druk op e5 maar die is onkwetsbaar door het gepende paard op c3 en dus is Dd1 beter) en kan ik de zet die ik op zet 7 al zag inderdaad spelen 11. … e3! (-1,8)

Dit is een cruciale stelling: als wit consequent is neemt hij met de loper en rokeert lang. Maar hij heeft wel achterstand in materiaal en de c-lijn is open. Zwart weet ook: dan moet ik ook consequent zijn en op g2 nemen waarna kort rokeren niet meer lekker voelt al blijkt het wel te kunnen. 12. Lxe3 Dxg2 13. 0-0-0 en hier twijfelde ik tussen twee zetten Dc6, waarschijnlijk gevolgd door Pf4 Lg4 wat het voordeel vasthoudt (-2,1) en om d5 te kunnen blokkeren Pd5 met wellicht Da4+ Ld7(-1,4). Ik koos voor 13. … Pd5 op gevoel, omdat ik d5 wel een nare zet vond en die bleef er ook lang in zitten. Wit reageert niet optimaal (14. Thg1, -1,3) al blijft hij altijd duidelijk slechter staan. 14. Pxd5 Dxd5 15. Pc3 Df5 16. De2 0-0-0 17. Thg1 h6 want die toren mag echt niet naar g5. Wit en zwart deden hier wel telkens de beste zet. 18. Tg3 g6?!
Ik wilde mijn zwartveldige loper kunnen spelen maar dit is geen goede zet: als wit d5 speelt halveert het voordeel van -2,1 naar -1. Vervolgens blundert wit blijkbaar met 19. Dd2?

Ik zag 19. … Lb4! zeker wel, vooral omdat dit de kwetsbaarheid van pion a2 uitbuit, maar waardeerde dit niet voldoende. Alle normale varianten zoals met 20. a3 of 20. Lxh6 geven minimaal -3,3 voor zwart. Ik gaf echter de voorkeur aan 19. … Ld6 20. Tgg1 (f4 is beter) Lxh2 21. Th1 Ld6 waarna ik 2 pionnen voor sta, de koning veilig genoeg lijkt te zijn en er een leuk grapje in de stelling zit: 22. Lxh6? Txh6 23. Txh6 Lf5 0-1 en ook 22. Txh6 Txh6 23. Lxh6 is gunstig voor zwart. 21. …Le5 heb ik ook overwogen en blijkt nog sterker.
En daar is dan eindelijk 22. d5 waarna ik te snel 22. … Ld7 speel. Nog steeds duidelijk voordeel met -2,3 maar 22. … Le5 of Lb4 is natuurlijk veel beter waarna er stukken worden geruild (Loper slaat Pc3) wit h6 mag hebben maar daarvoor wel torens moet ruilen en pion d5 valt.

Wit speelt nu alles of niets en zwart moet – ondanks groot voordeel – goed opletten.
Er volgt 23. Dd4 b6 24. Dc4 Kb7 25. a4 Dg4 26. Td4 Df3 27. Thd1 g5 28. Pe4, vrijwel allemaal gedwongen of de beste zet, zwart heeft groot voordeel maar het bord staat wel in de fik.

Hier is nu 29. … The8 nodig om het voordeel (-2,7) te behouden maar ik doe 28. … f5? wat het voordeel tot -0,8 doet teruglopen en waardoor het gevaar niet kleiner wordt.
29. Pxd6 cxd6 30. Db4 (Db3 is vreemd genoeg beter!) Tc8+ 31. Kb1 f4! De enige zet die nog winnend voordeel behoudt, al moet je oppassen na 32. a5 dus Lb5! Weer de enige zet al kan de computer 32. … Ka8 ook waarderen, dat speel je echt niet als mens.

Nu is 33. Dxe6 na fxe3 gewoon rechtstreeks verloren maar wat volgde gaat uiteindelijk ook mis. 33. Lc1 en omdat ik nog 4 minuten voor 7 zetten heb doe ik niet Tc5, wat ik daarvoor al zag en die d6 beschermt maar de iets mindere 33. …Thd8. Wit zit ook in tijdnood en het wordt rommeliger zonder dat de waardering van de stelling veel verandert en toch wordt er vaak de beste zet gedaan en zwart blijft gewonnen staan. 34. T1d2 bxa5 35. Dxa5 Td7 36. Tb4 Tc5 37. b3 – hier mis ik met nog 1 minuut de eenvoudigere winst met Dh1+ – Ka7
38. Da3 Dc3 39. Tbd4 Tdc7 40. Lb2 Dh3 en de tijdcontrole is gehaald!
Na 41. Tb4 besteed ik 10 minuten om alles door te rekenen en er zijn verschillende winstwegen. Toch zie ik op twee punten verbetering niet 41. … Df1+ 42. Ka2 Ld3?! (dreigt Db1 mat maar 42. … De1!! gevolgd door 43. … Tc2 is heel veel dodelijker) 43. Txd3 (Da5 is taaier verzet) Dxd3 en met 44. Ld4 denkt wit de boel weer even te redden en de kwaliteit terug te krijgen. Zwart kan echter altijd een winnend toreneindspel bereiken, omdat wit anders mat gaat of de dame verliest.

44. … Dd2+. Er moet nu 45. Kb1 want na 45. Ka1 volgt Dxd4! 46. Txd4 Tc1+ 47. Ka2 (Kb2 is T8c2 mat) T8c2 48. Db2 Txb2 en 0-1. 45. … Dc2+ 46. Ka1 Te7! 47. Db2 Dd1+ 48. Db1 Te1 (hier is Dd2!! nog veel dodelijker) 49. Dxd1 Txd1+ 50. Kb2 Txd4 51. Txd4 a5 en wit geeft op.

